Gesneden of aan het stuk?

Door: Sylvester Schenk, directeur Fiscale Zaken RB

Ik dacht dat het een wat ouderwetse uitdrukking was, gebruikt door (vooral) de slager en (wat minder) de bakker: wilt u het gesneden of aan het stuk? Maar niets was minder waar! Gegoogeld leverde de term maar liefst 2.140 treffers op, waarmee ik het wel aandurfde de uitdrukking als titel aan deze column mee te geven. Want diezelfde vraag (met bijbehorend antwoord overigens) werd ons voorgelegd op Prinsjesdag 2020.

Sinds jaar en dag kennen we het jaarlijkse Belastingplan. Het wordt officieel bekend gemaakt op Prinsjesdag, tegelijkertijd met de door de minister van Financiën (‘Daartoe gemachtigd door Zijne Majesteit de Koning’) aan het parlement aangeboden Miljoenennota. Het Belastingplan kent in de regel een vaste opbouw. Er is het eigenlijke Belastingplan en er is altijd wel een wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen alsmede een Fiscale verzamelwet. Vaak is er ook nog een Invoeringswet en er zijn altijd wel – soms wat meer, soms wat minder – ‘losse’ fiscale wetsvoorstellen. Zo hadden we dit jaar het wetsvoorstel Wet aanpassing box 3 en het wetsvoorstel Wet differentiatie overdrachtsbelasting. Overigens is de gelijkenis van het jaarlijkse Belastingplan met de gemiddelde man van middelbare leeftijd treffend: er komt ieder jaar wel weer een kilootje bij! In geval van hoge nood (denk aan de in Luxemburg averij opgelopen hebbende fiscale eenheid) kwam er nog wel eens een los wetsvoorstel bij, maar dat was eerder uitzondering dan regel. Ik was persoonlijk wel gecharmeerd van deze aanpak. Alles in één keer: je kunt het maar gehad hebben. Talloze ondernemingen en organisaties sprongen er ieder jaar opnieuw voor hun medewerkers en klanten bovenop. De Prinsjesdagsessies en -ontbijten zijn de laatste jaren als paddenstoelen uit de grond geschoten. Uiteraard kwam daarna nog de parlementaire behandeling, maar je kon wel zo’n beetje vermoeden welke kant het op zou gaan op 1 januari van het daaropvolgende jaar. Er waren echter ook nadelen aan deze aanpak verbonden. Met name de Eerste Kamer kwam bij de behandeling vaak in flinke tijdnood en werd vaak onder (grote, soms te grote) druk gezet om vooral toch ‘ja’ te zeggen, al dan niet gelijmd door vaak vage toezeggingen. En u weet: een ‘ja’ van de Senaat is een ‘ja’ tegen het hele voorstel. Gedeeltelijke goedkeuring door de Senaat bestaat officieel niet, en om nu een compleet Belastingplan weg te stemmen is ook alweer zowat. Het zou ook niet echt goed passen bij het karakter van de Eerste Kamer. Maar voortaan gaan we de fiscale wetgeving niet meer aan het stuk opgediend krijgen, maar gesneden in plakjes, zo valt te lezen in het Belastingplan 2021. U zult dus voortaan het hele jaar de wetgeving moeten bijhouden op straffe van het met de mond vol tanden staan aan het einde van het jaar. Dat is een opgave, maar blijven studeren is nu eenmaal onvermijdelijk in ons metier. Bovendien kan een gedoseerde toediening de fiscale spijsvertering ten goede komen moet u maar denken. En verder biedt het de Beroepsorganisaties – waaronder de uwe – meer kans om hun ongetwijfeld doorwrochte commentaar te leveren. Gespreide indiening biedt ook de Senaat meer tijd voor serieus overleg en meer speelruimte. Een keihard njet tegen een onvoldragen wetsvoorstel zou zomaar tot de mogelijkheden kunnen gaan behoren. Niet op politieke, maar op inhoudelijke gronden! Eerder dit jaar durfde men al (het was voor het eerst sinds 1875) een motie van afkeuring aan te nemen gericht tegen minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken, dus waarom dit niet? Het zou het bestaansrecht van de Eerste Kamer ­­– als chambre de reflexion – alleen maar sterker maken. Iets waaraan in deze gepolariseerde en gepolitiseerde tijden daadwerkelijk behoefte is.