De huidige bedrijfsopvolgings-faciliteit (BOF): hoe lang nog houdbaar?

Door: Richard van Rijssen

Richard van Rijssen, partner bij M&R Belastingadviseurs te Wezep, deelt met u op hoofdlijnen de inhoud van de BOF en geeft aan waarom juist NU het moment is om deze toe te passen.

Aanleiding

Op 28 mei jl. heeft de staatssecretaris van Financiën het rapport ‘Bouwstenen voor een beter belastingstelsel’ gepresenteerd. Vrijwel alle belastingsoorten zijn onder de loep genomen waarin knelpunten worden omschreven en hoe deze kunnen worden aangepakt. Hieronder wordt uitsluitend ingegaan op het onderdeel erfbelasting en in het bijzonder de BOF.

Tarieven en vrijstellingen

Alvorens nader in te gaan op de vrijstelling van erf- en schenkbelasting voor de overdracht van een onderneming is het goed om kort stil te staan bij de tarieven en vrijstellingen bij schenking of vererving van vermogen in het algemeen. De wet kent twee tariefgroepen en bijbehorende percentages, namelijk vererving naar kinderen en partners, hiervoor geldt een tarief van 10% tot € 126.000,- en daarboven 20%. Voor de restcategorie (broers, zussen, overige erfgenamen) geldt een tarief van 30% tot € 126.000,- en daarboven 40%. Voor de partner geldt een vrijstelling voor de erfbelasting van ruim € 600.000,-, voor de kinderen (en kleinkinderen) een vrijstelling van ruim € 20.000,-. De vrijstelling voor overige erfgenamen is te verwaarlozen.

Huidige regeling BOF

Al sinds geruime tijd kent de Successiewet 1956 een bedrijfsopvolgingsfaciliteit voor vererving en schenking van ondernemingsvermogen. Dit geldt zowel voor de vererving van aandelen in een rechtspersoon (bv en nv) als de vererving van een IB onderneming (eenmanszaak, vof en maatschap). Doel is om de onderneming niet in liquiditeitsproblemen te brengen door de te betalen schenk- of erfbelasting. Aanvankelijk (1995) gold slechts een betalingsfaciliteit (uitstel van betaling voor de erfbelasting), vanaf 1998 is dit uitgebreid met een voorwaardelijke vrijstelling van 25% van het ondernemingsvermogen en in de loop van de jaren is dit uitgebreid naar 75%. Vanaf 2010 is de regelgeving nog verder aangepast met de bedoeling om de regeling eenvoudiger te maken, tevens is de vrijstelling van ondernemingsvermogen over de eerste circa € 1.100.000,- zelfs verder verhoogd van 75% naar 100%. Daarboven geldt een vrijstelling van 83%. Voor het belaste gedeelte (17%) geldt uitstel van betaling gedurende 10 jaar.

Voorbeeld ter illustratie voordeel toepassing BOF

Stel dat een kind via vererving of schenking vermogen verkrijgt van de ouder ter grootte van een bedrag van € 2.000.000,-, dan is daarover ruim € 386.000,- schenk- of erfbelasting verschuldigd. Indien de verkrijger tot de restcategorie behoort (werknemer, overige familieleden) bedraagt de belasting zelfs ruim € 687.000,-. Bij toepassing van de BOF zou slechts € 17.000,- zijn verschuldigd, waarvoor nog 10 jaar uitstel van betaling kan worden verkregen.

Anti-misbruik maatregelen

Om misbruik tegen te gaan, bestaat er een aantal belangrijke voorwaarden. Zo moet het geschonken object een daadwerkelijke onderneming zijn, de onderneming moet reeds 5 jaar in het bezit zijn van de erflater of schenker en de verkrijgers moeten de onderneming 5 jaar voortzetten. Het gaat te ver om gedetailleerd in te gaan op de verschillende voorwaarden, aangezien deze zeer complex zijn en over de toepasbaarheid diverse jurisprudentie bestaat vanwege het grote belang.

Fiscale constructies

Dat de BOF zodanig gunstig is, blijkt uit de praktijk waar constructies worden opgezet om de BOF te kunnen toepassen. Met name gaan veel procedures over de vraag of exploitatie van vastgoed in aanmerking komt voor de BOF. Om toegang tot de BOF te krijgen moet de vennootschap (doorgaans bij vastgoed een bv of nv) een actieve objectieve onderneming drijven. Dikwijls wordt getracht extra diensten toe te voegen aan de exploitatie van vastgoed om in aanmerking te komen voor de BOF. Dit leidt vaak tot discussies met de Belastingdienst. Tevens wordt in de fiscale adviespraktijk geadviseerd om bij de verkoop van aandelen (waarbij het niet de bedoeling is om direct ook het vastgoed mee te verkopen) nog een belang van minimaal 5% in de werkmaatschappij te behouden. Hierdoor bestaat de mogelijkheid om in de toekomst het verhuurde pand aan de werkmaatschappij voor 100% onder de BOF te laten vallen in geval van vererving of schenking. Voor toepassing van de zogenaamde BOF is het tevens niet vereist dat de verkrijgers (dikwijls de kinderen) daadwerkelijk betrokken zijn bij de onderneming, zij kunnen zelfs de onderneming verkrijgen zonder dat zij daadwerkelijk daar werkzaam zijn en/of zeggenschap uitoefenen over de onderneming. Na 5 jaar kunnen de kinderen de onderneming belastingvrij verkopen aan een derde, gevolg is dat vrijwel zonder belasting vermogen overgeheveld is van de ouders naar de kinderen.

Bouwstenen voor een beter belastingstelsel

Uit het rapport Bouwstenen voor een beter belastingstelsel blijkt dat de staatssecretaris en de Raad van State van mening zijn dat de verhouding tussen het doel (voorkomen dat liquiditeiten uit de onderneming moeten worden onttrokken voor de schenk- of erfbelasting) en het middel (zeer ruime BOF regeling) zoek is. Bij de huidig regeling wordt bijvoorbeeld niet getoetst of er überhaupt voldoende liquide middelen aanwezig zijn om de schenk- of erfbelasting te betalen. Er wordt voorgesteld om de vrijstelling te verlagen naar 25% en de omvang wordt afgetopt op € 5 miljoen ondernemingsvermogen. Voor het overige wordt uitstel van betaling verleend gedurende 10 jaar. Tevens wordt verhuur aan derden per definitie aangemerkt als beleggingsvermogen zodat exploitatie van vastgoed niet meer in aanmerking komt voor de BOF. Ten slotte wordt de vraag gesteld of een aandeelhouder met een belang van slechts 5% (dit is de huidige voorwaarde) per definitie toegang moet krijgen tot de BOF.

Conclusie

In deze bijdrage is getracht aan te geven hoe ruim de huidige BOF is. Bij toepassing van de BOF kan zeer veel schenk- of erfbelasting worden bespaard. Omdat door de praktijk de grenzen van de toepassing van de BOF worden opgezocht door het opzetten van constructies en/of het trachten om exploitatie van vastgoed onder de BOF te brengen, bestaat de mogelijkheid dat de huidige BOF sterk wordt versoberd. Zowel de Raad van State als de Advocaat-Generaal hebben kritiek geuit op de huidige BOF-regeling. De BOF is in feite te ruimhartig ten opzichte van de vererving van niet ondernemingsvermogen. In dit licht wordt vanuit de fiscale praktijk geadviseerd een beoogde bedrijfsopvolging te bespoedigen.

Stel uw vraag aan Novak DIRECT! Heeft u ook een vraag over bedrijfsopvolgingsfaciliteit, of heeft u een andere vraag (vaktechnisch of kantoorgerelateerd)?

Neem dan contact op met Novak DIRECT, wij helpen u graag verder!