ARTIKEL

Leestijd: 5 minuten

Btw-regels voor e-commerce per 1 juli 2021

De belangrijkste wijzigingen op rij

Door: Philip Boerman, specialist btw en overdrachtsbelasting. Partner bij HB VAT Services en Hoogesteger & Boerman.

Het btw-stelsel zoals we dat kennen is ontworpen in de jaren zestig en ademt de oude economie. Een tijd zonder internet. Vandaag de dag is de aard van consumptie veel complexer geworden, en daarmee ook de btw-aspecten. Consumenten consumeren digitaal en ook fysieke producten worden massaal via het internet besteld. Hierdoor is de wereld veel kleiner geworden. Pakketjes komen van de andere kant van de wereld en belanden bij ons op de mat voor de deur. Dat biedt kansen voor mkb-ondernemers op de wereldwijde markt. Ondertussen moet het btw-systeem, dat op oude grondslagen is gebaseerd, verzekeren dat de particuliere consumptie wordt belast. Dat systeem is in de Europese Unie (EU) genormaliseerd. De reden? Er is één interne markt gecreëerd via het EG-verdrag, waarin vrij verkeer van goederen en diensten in Europa is vastgelegd. Toch heffen 27 lidstaten van de EU ieder een eigen versie van btw. En dat geeft complicaties.

Webshops die aan consumenten in andere lidstaten leveren, kunnen bijvoorbeeld te maken krijgen met de verplichting om zich in al die landen te registreren voor btw-doeleinden. Daarbij moeten ze btw-aangifte doen en lokale btw afdragen. Er zijn grensbedragen per lidstaat opgesteld, veelal 35.000 euro tot 100.000 euro omzet per jaar. Maar veel webshops zitten boven die bedragen, en moeten dus in verschillende landen btw-verplichtingen vervullen. Daar komen veel handelingen en kosten bij kijken.

De One Stop Shop-aangifte

Vanaf 1 juli 2021 is er een vereenvoudiging ingevoerd voor dit probleem. In plaats van meerdere belastingloketten in verschillende EU-lidstaten, kan de btw van meerdere landen verwerkt worden bij één loket: de One Stop Shop, ook wel de Unieregeling genoemd. Sinds 2015 mochten een kleine populatie belastingplichten en belastingautoriteiten met dit systeem oefenen. Toen werd dit systeem, onder de naam Mini One Stop Shop, ingevoerd voor elektronische diensten, zoals downloaden en streamen tegen betaling. Ditzelfde systeem heeft vanaf 1 juli een bredere functie gekregen en is ingesteld voor alle afstandsverkopen en in andere lidstaten belaste B2C diensten. De hoofdlijnen van het systeem op een rij:

  • Bij afstandsverkopen worden goederen aan particulieren in andere lidstaten geleverd, waarbij de leverancier zorgt voor het vervoer en de aflevering.
  • Vanaf 1 juli 2021 geldt één gezamenlijk grensbedrag van 10.000 euro voor afstandsverkopen naar andere lidstaten. Alleen als de webshop onder dat bedrag blijft, geldt btw slechts alleen in de lidstaat waar de goederen uit vertrekken. Zit het bedrijf boven dat bedrag? Dan is de webshop voor iedere bestelling uit andere lidstaten btw aan die landen verschuldigd.
  • Normaliter betekent dit dat men zich moet registreren in al die landen. Maar belastingplichtigen mogen ervoor kiezen om die verplichting te bundelen via de One Stop Shop-aangifte.
  • Deze keuze vereist een aanmelding. Nederlandse ondernemers kunnen die aanmelding doen via: Mijn Belastingdienst Zakelijk.
  • Vervolgens geeft de ondernemer per kwartaal in de One Stop Shop-aangifte alle afstandsverkopen en B2C diensten naar andere lidstaten op. Daarbij wordt de btw-heffing van alle landen toegepast. De aangifte totaliseert dit naar één bedrag en de EU-belastingdiensten verdelen de bedragen onderling.
  • Dit systeem kan niet alleen gebruikt worden voor de afstandsverkopen, maar ook voor B2C diensten, waaronder elektronische diensten, die in andere lidstaten zijn belast.

Maar hiermee zijn niet alle moeilijkheden van het Europese btw-stelsel opgelost. Vereenvoudigingen pakken doorgaans namelijk alleen eenvoudig uit voor de simpele gevallen. Paradoxaal, maar waar. Voor de Nederlandse webshop, die vanuit Nederland alle goederen verzendt, is de aanpassing beslist een vereenvoudiging. Maar de praktijk blijkt weerbarstig en veelkleuriger. Een tal van webshops zijn namelijk een tussenpartij tussen een leverancier of fabrikant en consument, waarbij de verzending rechtstreeks van fabrikant naar consument gaat. Als de webshop niet in hetzelfde land is gevestigd, ontstaan er uitdagingen. Hetzelfde probleem speelt als er voorraden worden aangehouden in meerdere lidstaten. Dit is bijvoorbeeld het geval bij Amazon-traders. Zij moeten zich in alle lidstaten waar hun goederen bevinden registreren, voor de intracommunautaire overbrenging van goederen en verkopen aan consumenten. Ze blijven in die landen lokaal belast, behalve bij afstandsverkopen. De lijst van potentiële probleemgevallen, reikt nog veel verder dan deze voorbeelden. Maatwerk blijft dus heel belangrijk.

“Vereenvoudigingen pakken alleen positief uit voor de simpele gevallen. Maar de praktijk blijkt weerbarstig en veelkleuriger.”

Goederen en handelaren buiten de EU

Samen met de invoering van de Unieregeling zijn er voor de goederenstromen van buiten de EU ook maatregelen genomen. Die maatregelen hebben geen vereenvoudigingsdoel, maar dienen vooral ter bescherming van de interne markt. Met name Aziatische bedrijven hebben op grote schaal de interne markt van de EU proberen te ondermijnen met het ontduiken van invoerrechten en btw, grotendeels op pakketten. Om dit probleem aan te pakken is de vrijstelling voor kleine zendingen vanaf 1 juli 2021 komen te vervallen. De vrijstelling voor kleine zendingen gold voor goederen met een waarde onder de 22 euro. Pakketten kunnen nu dus niet meer eenvoudig de EU in. Maar er bestaat een mogelijkheid om je aan te melden voor een Invoerregeling, voor invoertransacties van goederen met een waarde onder de honderdvijftig euro, waarbij de (invoer)btw van alle landen ook via één loket kan worden verwerkt. Het alternatief is een dure douane-afhandeling per land, per pakket. Tot slot is er een platformfictie ingevoerd. Hierbij worden leveranciers van buiten de EU, die goederen via een platform verkopen, geacht de goederen te hebben ingekocht en verkocht. Tot op heden zagen platforms zichzelf niet als leverancier van de goederen, maar als dienstverlener bij het tot stand brengen van de transactie en de logistieke afhandeling. Vanaf 1 juli 2021 zijn juist deze platforms btw-plichtig voor alle verkopen van goederen door leveranciers van buiten de EU, die via hun platform worden gefaciliteerd. Dit geldt niet voor EU-leveranciers. Ook hierbij zijn er verschillende uitzonderingen en nuances, en is maatwerk nodig.

Heeft u vragen over dit onderwerp? Neem dan contact op met Novak DIRECT (085 - 0220150). Of neem direct contact op via ons formulier.


Deel dit artikel met uw netwerk