Aandachtspunten bij investeringsaftrek

Door: Remco Ruinemans

Een veel gebruikte regeling in de aangiften inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting is de zogenaamde investeringsaftrek. Onder de investeringsaftrek vallen de onderdelen kleinschaligheidsinvesteringsaftrek, milieu-investeringsaftrek en energie-investeringsaftrek. Alleen bij een investering in bedrijfsmiddelen kan investeringsaftrek worden genoten. In dit artikel wijs ik u graag op enkele aandachtspunten.

Algemeen

De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek is van toepassing voor iedere cliënt die winst uit onderneming geniet. Een medegerechtigde tot winst uit onderneming kan dus ook investeringsaftrek verkrijgen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de commanditaire vennoot in een besloten CV. Dit is anders voor de milieu-investeringsaftrek en de energie-investeringsaftrek. Voor deze onderdelen dient er sprake te zijn van een ondernemer die voor eigen rekening een onderneming drijft. De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek kan ook van toepassing zijn op ‘tweedehands’ bedrijfsmiddelen. Met betrekking tot de energie-investeringsaftrek en milieu-investeringsaftrek geldt dat het moet gaan om nog niet eerder in gebruiksgenomen bedrijfsmiddelen. Het is voor de investeringsaftrek niet van belang of er voldaan is aan het urencriterium voor de zelfstandigenaftrek.

Verbeteringskosten of onderhoud

Ook verbeteringskosten met betrekking tot een eerder aangeschaft bedrijfsmiddel kunnen voor investeringsaftrek in aanmerking komen. Het onderscheid tussen verbeteringskosten en onderhoud is een zaak die enigszins ‘grijs’ van karakter is. In de jurisprudentie zijn drie voorwaarden beschreven die enige houvast bieden. Het moet voor de kwalificatie verbeteringskosten gaan om:

  1. de vernieuwing van een versleten onderdeel van een bedrijfsmiddel, en;
  2. de kosten van de vernieuwing zijn in verhouding tot de aanschafkosten aanzienlijk, en;
  3. de kosten zijn niet voor 70% of meer veroorzaakt door het gebruik door de ondernemer die de vernieuwing aanbrengt.

Investeringsaftrek en beperkt aftrekbare kosten

De volledig of gedeeltelijk in aftrek beperkte kosten van artikel 3.14 tot en met 3.17 Wet inkomstenbelasting 2001 hebben op zich geen invloed op de investeringsaftrek. Indien bijvoorbeeld wordt geïnvesteerd in een werkruimte in de eigen woning kunnen in zoverre de kosten in aftrek beperkt zijn, maar kan mogelijk wel sprake zijn van investeringsaftrek.

Investeringsaftrek en herinvesteringsreserve

Indien een herinvesteringsreserve wordt aangewend, dan kan in beginsel de investeringsaftrek slechts plaatsvinden op de aanschaffingskosten van het bedrijfsmiddel minus de afboeking van de herinvesteringsreserve. Vervolgens is bij een eventuele latere desinvestering de desinvesteringsbijtelling ook slechts van toepassing over de boekwaarde van het bedrijfsmiddel (na toepassing van de herinvesteringsreserve). Er kan wel voor worden gekozen om de investeringsaftrek in deze situaties over de volledige aanschaffingskosten toe te passen, maar dan moet er in de aangifte inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting een ja/ nee vraag worden behandeld. Indien hiervoor wordt gekozen, dan wordt ook de eventuele desinvesteringsbijtelling over de volledige overdrachtsprijs berekend. Indien er sprake is van meerdere investeringen waarop de herinvesteringsreserve kan worden afgeboekt, dan mag de herinvesteringsreserve eventueel op een bedrijfsmiddel worden afgeboekt waarop geen investeringsaftrek mogelijk is.

Ingebruikname en betalingscriterium

In principe vindt investeringsaftrek pas plaats zodra het bedrijfsmiddel in gebruik is genomen. Het komt regelmatig voor dat het bedrijfsmiddel in enig jaar nog niet in gebruik is genomen, maar dat er al wel is betaald voor de investering. In een dergelijk geval mag de investeringsaftrek worden geclaimd over het betaalde bedrag. Het restant van de investeringsaftrek kan vervolgens worden geclaimd in het jaar waarin het bedrijfsmiddel in gebruik wordt genomen. Voorgaand punt gaat alleen over het tijdstip waarop investeringsaftrek kan worden geclaimd. Voor de bepaling van het percentage waartegen investeringsaftrek kan worden genoten moet wel uit worden gegaan van de totale investering.

Investering in bedrijfspand en investeringsaftrek

In de praktijk komt het weleens voor dat een investering in met name een bedrijfspand bestaat uit meerdere deelinvesteringen, die (in verschillende jaren) worden aangegaan met bijvoorbeeld een aannemer, architect of installateur voor de technische inrichting. Bij dit soort investeringen is telkens het moment waarop het contract met de verschillende partijen wordt gesloten bepalend voor het jaar waarin de (deel)investering meetelt voor het totale investeringsvolume waarover volgens de bekende tabel investeringsaftrek kan worden genoten.

Uitzonderingen bedrijfsmiddelen investeringsaftrek

De investering in (een gebruiksrecht) van grond is uitgesloten van investeringsaftrek. Bij de aankoop van onroerende zaken moet dus de investering in de ondergrond en eventuele opstallen worden gesplitst. De ‘personenauto’ is uitgesloten van investeringsaftrek. Een en ander met uitzondering van de personenauto die bestemd is voor beroepsvervoer. Een investering van minder dan € 450 telt voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek niet mee voor het totale investeringsvolume waarover conform de bekende tabel aftrek mogelijk is. Een investering van minder dan € 2.500 telt voor de milieu- en energie-investeringsaftrek op vergelijkbare wijze niet mee voor het totale bedrag waarover aftrek mogelijk is. Verder is de investering in een bedrijfsmiddel dat bestemd is om direct of indirect hoofdzakelijk ter beschikking te worden gesteld aan derden uitgesloten van kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Het gaat hier dus vooral om voor de verhuur bestemde bedrijfsmiddelen. Stel er is sprake van een directeur-grootaandeelhouder die 100% van de aandelen houdt in een holding bv die 100% van de aandelen houdt in een werkmaatschappij. Indien er zaken door de holding bv worden verhuurd aan de werkmaatschappij dan is er geen investeringsaftrek mogelijk, indien er geen sprake is van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. De werkmaatschappij wordt in dit kader ook gezien als een derde.

Remco is meer dan vijftien jaar werkzaam als fiscalist en heeft een voorliefde voor vaktechniek. Hij is te bereiken via het telefoonnummer van Novak DIRECT (085-0220150). Dit nummer kunt u ook bellen voor vragen aan onze andere adviseurs over accountancy, pensioenen, HRM, financieringen, software en verzekeringen.