Novak DIRECT

Leestijd: 5 minuten

De gebruikelijk- loonregeling en de keuze voor een ondernemings- structuur


Door: Remco Ruinemans, Novak DIRECT

Novak DIRECT

Leestijd: 5 minuten

De gebruikelijk- loonregeling en de keuze voor een ondernemings- structuur


Door: Remco Ruinemans, Novak DIRECT

Ondernemers die overwegen een bv te starten, kunnen de gebruikelijkloonregeling van artikel 12A Wet Loonbelasting als een beperkende factor zien, waardoor ze toch niet voor de bv-structuur kiezen. Echter, deze hoeft in bepaalde gevallen minder beperkend te zijn dan hij voorheen was. Afgelopen jaren zijn er nogal wat versoepelingen gekomen op dit gebied. Deze vat ik graag voor u samen.

Bij ondernemers die in onzekere tijden leven ontstaat sneller de behoefte om een onderneming te starten (of te continueren) vanuit een bv-structuur. Uiteraard om de aansprakelijkheidsrisico’s in privé te beperken. Een eventueel tariefsmatig nadeel van het ondernemen in een bv-structuur wordt dan nog weleens geaccepteerd als ‘verzekeringspremie’ om de risico’s in privé te beperken. In dit soort situaties kan de gebruikelijkloonregeling van artikel 12A Wet Loonbelasting als een beperkende factor worden gezien, maar dat hoeft niet zo te zijn. Ik begin met een bespreking van de hoofdregels van de gebruikelijk loonregeling, en ga vervolgens in op de versoepelingen.

Hoofdregels gebruikelijkloonregeling

In principe moet volgens de gebruikelijkloonregeling het hoogste van de volgende bedragen aan loon door de directeur-grootaandeelhouder (DGA) uit de bv-structuur worden ‘gehaald’. 1. Een bedrag van € 47.000,-; 2. 75% van het loon wat in de meest vergelijkbare dienstbetrekking wordt genoten; 3. Het loon van de meest verdienende medewerker in loondienst bij de onderneming. * Het is mogelijk om een lager loon aan te houden dan € 47.000,-, maar dan ligt wel de bewijslast dat dit loon nog voldoet aan de voorgaande regeling bij de DGA. Bij een loon van € 47.000,- of meer ligt de bewijslast dat het loon voldoet aan deze regeling bij de Belastingdienst. Naar ik heb begrepen heeft de Belastingdienst steeds meer gegevens over ‘meest vergelijkbare dienstbetrekkingen’. Het advies is dus om punt 2 hiervoor niet al te snel te passeren. Er is overigens eigenlijk altijd sprake van een ‘meest vergelijkbare dienstbetrekking’. Dit in tegenstelling tot het begrip ‘soortgelijke dienstbetrekking’ dat voorheen in de wettekst stond. De gebruikelijkloonregeling wordt niet toegepast indien het gebruikelijke loon volgens de regeling niet hoger is dan € 5.000,-.

* Het gaat ook om medewerkers bij verbonden vennootschappen. Ik verwijs graag naar het handboek ‘Loonheffingen 2020’ van de Belastingdienst op pagina 172.

Diverse versoepelingen

Voor een aantal situaties zijn er belangwekkende versoepelingen opgenomen in het handboek ‘Loonheffingen’ van de Belastingdienst en het besluit ‘Noodmaatregelen coronacrisis’. Punt 1 tot en met 4 hieronder zijn opgenomen in het handboek en punt 5 is opgenomen in het besluit.

1. Deeltijdsituaties

In deeltijdsituaties is het mogelijk om het gebruikelijk loon lager vast te stellen. Het loon wordt dan vastgesteld op een evenredig deel van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking (of de meest verdienende werknemer indien dit een hoger loon is). Voorbeeld Stel het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking is € 50.000,- en de DGA werkt 2 dagen per week voor de bv. Er zijn geen medewerkers actief in de onderneming. Het gebruikelijk loon kan dan indien aan de hiervoor gestelde voorwaarden is voldaan worden vastgesteld op 2/5 van € 50.000,- = € 20.00,- .

2. Start-ups

Voor start-ups die in ieder geval een S&O verklaring hebben geldt ook een versoepeld regime. Onder diverse overige voorwaarden kunnen zij het gebruikelijkloon mogelijk vaststellen op het wettelijk minimumloon dat past bij het aantal uren dat de cliënt werkt. Indien dit beter uitkomt, mag in plaats hiervan ook de hiervoor besproken regeling voor deeltijdsituaties worden gebruikt. U kunt de volledige regeling nalezen in het handboek ‘Loonheffingen’ van de Belastingdienst.

3. Startende ondernemingen

Voor startende ondernemingen die niet aan de voorwaarden van een start-up voldoen, geldt dat een lager loon aangehouden mag worden. Vanaf het moment dat de vennootschap inhoudingsplichtig wordt, mag maximaal gedurende 3 jaar het loon worden vastgesteld op het wettelijk minimumloon dat past bij aantal uren dat de cliënt voor de bv werkt. Dit kan alleen indien de onderneming het gebruikelijk loon niet kan betalen. Het zou kunnen dat de onderneming is gestart als eenmanszaak en later pas wordt ingebracht in de bv. In dat geval moet voor deze regeling de tijd dat de onderneming bestond als eenmanszaak in mindering worden gebracht op de periode van 3 jaar.

4. Ondernemingen die verlies lijden

Indien er dusdanig verlies wordt geleden dat de continuïteit van de onderneming in gevaar is, dan mag het loon lager worden vastgesteld dan het gebruikelijk loon. Dan mag wederom het wettelijk minimumloon dat past bij het aantal uren dat de cliënt voor de onderneming werkt worden gehanteerd. De volgende situaties zijn uitgezonderd van deze regeling.

  • De onderneming lijdt incidenteel verlies;
  • De onderneming kan de rekeningen nog steeds betalen;
  • De onderneming kan de rekeningen niet betalen als gevolg van een oplopende rekening-courantschuld, uitgekeerd dividend of andere onttrekkingen.

5. Tijdelijke maatregel in verband met de coronacrisis

Er is tot slot een regeling in verband met de coronacrisis waarmee het gebruikelijk loon voor 2020 en 2021 onder omstandigheden ook lager kan worden vastgesteld. De belangrijkste voorwaarden waar in ieder geval aan moet worden voldaan zijn:

  1. Er moet sprake zijn van een omzetdaling in verband met de coronacrisis. Voor 2021 wordt er nog een minimaal omzetverlies ten opzichte van 2019 vastgesteld. Bij het schrijven van dit artikel is dit nog niet bekend.
  2. De rekening-courantschuld of het dividend mag niet toenemen als gevolg van het lagere gebruikelijkloon.

Ik verwijs u graag voor een verdere uitleg naar de website van de Belastingdienst.

Vragen?

Remco is meer dan vijftien jaar werkzaam als fiscalist en heeft een voorliefde voor vaktechniek. Hij is te bereiken via het telefoonnummer van Novak DIRECT (085-0220150). U kunt ook direct contact opnemen via ons Novak DIRECT formulier.


Deel dit artikel met uw netwerk