BITCOIN

Wel of geen gangbaar geld?

Door Samantha van de Stouwe en André Kamps van ICTRecht

In Nederland zijn steeds meer mogelijkheden om te betalen met cryptocurrencies, met dank aan de blockchain. Met name het betalen met bitcoin wordt steeds meer geaccepteerd. Zo bieden verschillende online winkels en bezorgservices de mogelijkheid aan om te betalen met bitcoin, kan je in een toenemend aantal winkels met bitcoin betalen en vind je op steeds meer plekken in Nederland crypto-automaten. Een voorbeeld hiervan is Schiphol waar in een van de aankomsthallen een crypto-automaat is geplaatst waar je euro’s kan omwisselen naar bitcoin of ethereum. Hoewel cryptocurrencies dus steeds meer als betaalmiddel geaccepteerd worden, is het de vraag of ze juridisch gezien als geld gezien kunnen worden.

Kunnen cryptocurrencies als geld gekwalificeerd worden?

Om te bepalen of cryptocurrencies als geld gekwalificeerd kunnen worden, moeten we eerst kijken wat de betekenis is van geld. In Nederland kennen we vier definities van geld: chartaal, elektronisch, gangbaar en giraal geld. Het chartale geld is niet zozeer gedefinieerd in de wet zelf, maar staat bekend als het tastbare geld, oftewel de euromunten en het briefgeld in je portemonnee. Het begrip giraal geld is eveneens niet opgenomen in de wet, maar wordt gezien als een vorderingsrecht van de rekeninghouders op hun bank bij een positief banksaldo. Het elektronische geld is daarentegen wel gedefinieerd: het gaat om geldswaarde die elektronisch of magnetisch is opgeslagen en een vordering op de uitgever vertegenwoordigt. Denk hierbij aan een PayPal-rekening of voor de wat ouderen onder ons; de Chipknip. Het begrip gangbaar geld omvat zowel de munten als bankbiljetten in de hoedanigheid van wettig betaalmiddel, maar laat ook de ruimte voor het betalen in fysieke of virtuele geldsoorten die hun bestaan niet aan de Staat ontlenen. Of een betaalmiddel gezien kan worden als gangbaar geld en een wettig betaalmiddel wordt bepaald door het recht van het land van de betrokken valuta.

Eerdere uitspraak van de rechtbank: gangbaar geld vs. wettig betaalmiddel

De rechtbank Overijssel heeft in 2014 uitspraak gedaan over een bitcoinkwestie waar de vraag centraal stond of de bitcoin gezien kan worden als geld. In deze zaak hadden A en B een overeenkomst gesloten op 8 augustus 2012 voor de koop en verkoop van 2.750 bitcoin. B zou deze verkopen aan A voor € 8,05 per bitcoin. Het ging om een totaalbedrag van € 22.137,50. A heeft deze koopprijs betaald, maar vervolgens heeft B maar 990 bitcoin geleverd. A heeft vervolgens B in gebreke gesteld en uiteindelijk op 25 oktober 2012 de overeenkomst ontbonden voor het gedeelte dat B niet was nagekomen. A vordert onder meer een schadevergoeding van € 132.792,00, omdat A stelt schade te hebben geleden als gevolg van de (flinke!) koersstijging van de bitcoin in de tussentijd. Deze vordering is gebaseerd op wetsartikel 6:125 Burgerlijk Wetboek. Dit artikel geeft de schuldeiser het recht op vergoeding van de schade die hij heeft geleden, doordat na het intreden van het verzuim van de schuldenaar de koers van het geld dat de schuldenaar had moeten betalen is gewijzigd.


De rechtbank heeft de verschillende definities van geld vergeleken met bitcoin. Zo concludeert de rechtbank dat het bewaren van bitcoin in wallets op het eerste oog lijkt op een bankrekening, maar deze wallets worden niet beheerd door een derde partij (de giro-instelling), maar door de gebruiker zelf. Er is dus geen sprake van giraal geld. De rechtbank merkt met betrekking tot gangbaar geld op dat de wetgever destijds heeft gekozen voor het begrip gangbaar geld in plaats van het begrip wettig betaalmiddel. Zo heeft de wetgever proberen te vermijden dat onnodig partij gekozen wordt voor de theorie dat geld zijn hoedanigheid enkel aan de Staat kan ontlenen. Er is dus ruimte voor betaling in geldsoorten die hun bestaan niet aan de Staat ontlenen.

Bitcoin wordt gezien als ruilmiddel

Desondanks maakt de rechtbank korte metten met de mogelijkheid bitcoin te beschouwen als gangbaar geld. Hierbij worden kamerstukken aangehaald, waarin is opgenomen dat voor de vraag of sprake is van gangbaar geld, eerst gekeken dient te worden of het een wettig betaalmiddel is. Op grond van de Nederlandse wet is enkel de euro een wettig betaalmiddel in Nederland. Ook benoemt de rechtbank het standpunt van de Minister van Financiën dat bitcoin niet onder de definitie van (elektronisch) geld valt in de zin van de Wet op het financieel toezicht (Wft) en eveneens niet als wettig betaalmiddel, maar als een ruilmiddel tussen particulieren kan worden gezien. De rechtbank vergelijkt verder de handel in bitcoin met de handel in edelmetalen wat ook niet op grond van bovenstaande maatstaven gezien kan worden als gangbaar geld. De conclusie van de rechtbank is dan ook dat bitcoin gezien dient te worden als een ruilmiddel zodat de vordering van A werd afgewezen. Dit vonnis is vervolgens in hoger beroep door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bekrachtigd.

Hoewel wij het ermee eens zijn dat de wet geen ruimte laat voor het kwalificeren van de bitcoin als giraal of elektronisch betaalmiddel vanwege het ontbreken van een centrale instelling zoals een bank, vinden wij de argumentatie dat er geen sprake is van een gangbaar geld te kort door de bocht. De rechtbank maakt gebruik van een cirkelredenering. Er wordt aangegeven dat gangbaar geld ruimte laat voor andere vormen van geld en daardoor niet gekwalificeerd dient te worden als wettig betaalmiddel, maar vervolgens wordt gezegd dat het geen gangbaar geld is, omdat het geen wettig betaalmiddel is.

Zoals eerder is aangegeven worden bitcoins net als onze euro gebruikt om betalingen te verrichten (zowel online als in winkels) – al is het nog in mindere mate dan de euro. Maar waarom maakt dat het niet gangbaar? Interessant is dat het Hof van Justitie van de Europese Unie de bitcoin in 2015 wel gelijk heeft gesteld aan traditionele valuta met betrekking tot de btw-richtlijn. We zullen nog wel moeten afwachten of (bepaalde) cryptocurrencies in de toekomst door jurisprudentie of de wet ook als gangbaar geld worden aangewezen. Let in de tussentijd dus goed op of de tegenpartij bij transacties met cryptocurrencies betrouwbaar is.

André Kamps, CIPP/E CIPM is een van de vaste Novak DIRECT adviseurs. Hij is gespecialiseerd in ICT-recht, AVG, intellectueel eigendom, escrow en geschillen.

Heeft u als lid van Novak een vraag voor André, stel deze dan eenvoudig via Novak DIRECT!